De meeste mensen mislukken niet bij het bedenken van een goede gewoonte, maar bij het volhouden ervan. We beginnen vol energie en geven het na een paar weken op. Het verschil tussen een voornemen en een gewoonte zit niet in motivatie, maar in opzet.
Maak de eerste stap klein
Een gewoonte die te groot begint, houdt geen stand. Wil je gaan hardlopen, begin dan niet met vijf kilometer maar met je schoenen aantrekken en de deur uit gaan. Klinkt het bijna belachelijk klein? Dan is het precies goed. Klein genoeg om altijd te doen, ook op een drukke of vermoeide dag.
Koppel het aan iets dat je al doet
Nieuwe gewoontes beklijven beter als je ze vastmaakt aan een bestaand moment. 'Na mijn ochtendkoffie schrijf ik drie regels' is concreter en betrouwbaarder dan 'ik ga vaker schrijven'. Het bestaande moment werkt als geheugensteun.
Maak het zichtbaar
Houd ergens bij wanneer je je gewoonte hebt gedaan, met een kruisje op een kalender of een streepje in een schriftje. Die rij groeit en je wilt hem niet onderbreken. Het is een simpel maar verrassend krachtig duwtje.
Reken niet af op een gemiste dag
Iedereen slaat weleens een dag over. Dat is geen mislukking; opgeven is dat wel. De vuistregel is simpel: mis nooit twee keer achter elkaar. Een gat van een dag is een uitzondering, twee dagen is het begin van een nieuw patroon.
Geef het tijd
Een gewoonte voelt pas vanzelfsprekend na verloop van tijd, en hoelang dat duurt verschilt per persoon en per gewoonte. Verwacht geen wonderen in een week. Wie volhoudt met kleine stappen, bereikt op de lange termijn meer dan wie kort fanatiek is.